Erfgoed gaat niet alleen maar over het verstilde en soms stoffige monumentenbestand van een gemiddelde gemeente en het getouwtrek om een gevel zus en een subsidie zo. Iets fundamentelers is dat erfgoed gaat over de strijd om de geschiedenis. Elk individu maakt zijn eigen erfgoed. Ik hou van de definitie die Gregory Asworth hanteert:
‘If heritage is ‘the contemporary uses of the past’ and if the consumer of heritage creates his own heritage for his own purposes then all heritage is actually created by the individual at the point of consumption.’
Als erfgoed het hedendaags gebruik van het verleden is, en de consument consumeert erfgoed om zijn eigen behoefte te bevredigen, dan wordt erfgoed gecreëerd door elk individu op het punt van consumptie. Ashworth stelt daarmee dat erfgoed pertinent niet hetzelfde is als geschiedenis (dat je kort door de bocht de objectieve beschrijving van het verleden zou kunnen noemen), maar een hedendaagse interpretatie van dat verleden. Iedereen – maar dan ook écht iedereen - houdt erfgoed levend, door er nieuwe betekenissen aan toe te kennen of bestaande betekenissen te vergeten, veranderen of te verleggen. Denk maar aan de verhalen die in je eigen familie de ronde doen over voorwerpen of gebeurtenissen. Ze worden met ieder jaar sterker, zijn dus niet persé waarheidsgetrouw, maar iedereen hecht er op een bepaalde manier waarde aan. En een minder charmante bladzijde in de familiegeschiedenis wordt doodgezwegen of verdraaid in de overlevering. Zo maakt iedereen zijn eigen erfgoed, happy history.
Dat maakt erfgoed een heel interessant fenomeen. Het betekent dat partijen die met erfgoed in werken belangen hebben, die een erfgoedproces (al dan niet bewust) een bepaalde richting op kunnen sturen en dat de verhouding tussen dat wat als het erfgoed wordt beschouwd en de ‘ware’ geschiedenis compleet scheef kan gaan lopen. Dat betekenis soms ook bedoeling heeft. Dat is niet erg. Maar wel razend interessant.
Bij Erfgoedstudies (aan de UvA) gebruikten we om dit te duiden het model interpretation – presentation – respresentation. Door deze drie begrippen als vragen over de erfgoedplek heen te leggen - hoe wordt de plek geinterpreteerd, hoe wordt deze gepresenteerd en hoe wordt deze gerepresenteerd - zie je verschillen ontstaan en logische verbanden. Ik heb het model zelf o.a. uitgewerkt voor Santralistanbul in Istanbul.
Als je opgroeit op het water, dan is je blik toch net even anders als die van mensen ‘aan de wal’. Routine om een plek snel te doorgronden creëer je op je eigen manier. Want je komt overal en nergens, en bent daardoor ingesteld op herkenningspunten die ervoor zorgen dat je nieuwe plekken snel in de vingers krijgt. Herkenningspunten die elke nieuwe plek weer vertrouwd maken. Wist je bijvoorbeeld dat de bakker en de supermarkt vaak in de buurt van de kerk te vinden zijn? Een kerktoren is altijd een goed ijkpunt als je het vertier of de eerste levensbehoeften zoekt.
Je ontwikkelt een soort onverschilligheid voor allerlei vormen van autoriteit in de haven, want het is toch immers ook jouw plek – jouw tijdelijke thuishaven en woonplaats. Zonder zo´n houding ga je onder in de wereld die door kranen, vrachtauto´s, treinen en hekken wordt gedomineerd. Portier, paspoort en slagboom: je zult ondanks alle tegenwerking toch écht alle veiligheidsbarrières moeten doorbreken om gewoon je boodschappen aan boord te kunnen halen. Of om een middagje te shoppen. Of om een rondje te fietsen. Zomaar. Dat valt niet mee. Sinds 11 september is dat overigens alleen maar lastiger geworden. Dat schippers zich soms behoorlijk opgesloten kunnen voelen achter allerlei hekken, daar staat niemand überhaupt bij stil. Sluit de haven vijanden vanaf het land uit? Of sluit de haven die vanaf het water in?
Ook weet je dat het water en de haven totaal andere werelden zijn als die van het land en de stad. Ze liggen ver van elkaar: de haven ligt meestal verscholen en verstopt, is veelal desolaat en donker, en slecht aangesloten op de infra van ‘de stad’. Probeer met het OV maar eens op een willekeurige ligplaats te komen. Lukt vrijwel niet. En er heersen andere regels, daar in de haven. Het is een mannenwereld. Probeer als vrouw maar eens zonder opmerkingen of gefluit van boord te komen. Je bent als gezin aan boord praktisch loslopend wild. Andere wereld, andere regels. De deurbel weten ze meestal ook al niet te vinden. Bonken op het raam, zo hoort het daar.
Maar je ziet vanaf het water ook hoe mooi Nederland is. Dat we niet overal volgebouwd zijn, en prachtige landschappen hebben. Gemiddelde zomervakantie van een Nederlander: camping in Frankrijk of Spanje. De reis die je maakt over de Maas vanuit het glooiende zonnige Limburg langs strakke stukken kanaal en brede stukken rivier, noordwaarts via de slingerende IJssel, langs groene weilanden en de hanzesteden, over het IJsselmeer van de Ketelbrug tot aan Lemmer, door het winderige Friesland vol rietlanden en tenslotte het groene uitgestrekte Groningen vol met koeien, is één van de prachtigste tochten die je in Nederland kunt maken.
Kortom, vanaf het water is je blik anders. Probeer maar eens.
Het industriële erfgoed heeft in Nederland al jaren de aandacht. Vandaag de dag wordt het veelal herbestemd om het te behouden voor ons nageslacht. Een nieuwe functie erin, en het kan weer jaren mee. We zijn immers een pragmatisch land. Door dat pragmatisme staan we nauwelijks stil bij de manier waarop we dit erfgoed herbestemmen, en waarom. Er bestaat nauwelijks theorievorming over het behoud van erfgoed uit het industriële tijdvak - in tegenstelling bijvoorbeeld met een gemiddeld Amsterdams monumentaal grachtenpand – en debat over die praktijk bestaat er al helemaal nauwelijks. Debat is elitair, vinden we dan. De praktijk, die gedomineerd wordt door ontwerpers, architecten, en stedenbouwers, krabt zichzelf vermoeid aan het achterhoofd over de vraag wat historici nu eigenlijk voor een rol kunnen spelen in dat proces van herbestemmen.
Wat industrieel erfgoed echter meestal bijzonder maakt is de verwevenheid ervan met de omgeving – de relatie met arbeiderswoningen in de omgeving, de wegen er naartoe, zowel over land als water, de directeursvilla’s en last but not least: de verhalen en herinneringen die mensen er over koesteren. Industrie is meestal innig verweven met mensenlevens, en het is niet ‘mooi’ wat industrieel erfgoed bijzonder maakt (in ‘de stad’ is dat met monumenten of erfgoed meestal wel het geval), maar ‘het verhaal’. En laat dat nu juist in onze pragmatische behoudpraktijk van herbestemmen verloren gaan. Een nieuwe functie gaat daar vaak aan voorbij, inclusief alles wat nodig is om die nieuwe functie mogelijk te maken.
Industrieel erfgoed verdient daarom meer reflectie voorafgaand aan behoud dan nu in Nederland het geval is. Daarom schreef ik mijn masterscriptie over het betekenislandschap van industrieel erfgoed. Ik verbond daarvoor het begrip landschap aan industrieel erfgoed: landschap bestaat namelijk uit een tastbaar en fysiek stuk aarde, maar ook uit een persoon die het kan overzien en daardoor interpreteert wat hij ziet met behulp van kennis, herinneringen, verhalen. Een industrielandschap bestaat uit een fysiek landschap dat je kunt bewaren, maar verhalen over en herinneringen aan de geluiden, geuren en beweging van het werkende landschap zijn net zo goed onderdeel van dat landschap en die bewaar je minder makkelijk. Daar moet je beter over nadenken, dan dat je slechts een nieuwe functie kiest.
Bovendien is onderzoek naar verhalen, naar het betekenislandschap een waardemaker voor het in het verleden verlaten terrein. Het creëert betrokkenheid en zodoende waarde. Waarde die voor alle betrokken partijen van groot belang is.
Hier vind je mijn scriptie.
Het Ile de Nantes is hot en happening:
1. vanwege de enorme transformatieopgave die het voormalige haveneiland in zich herbergt, waarmee het centrum van Nantes bijna (is) verdubbeld. De opgave is nog lang niet voltooid, maar de pogingen om een gigantisch stuk havenland opnieuw bij de stad te betrekken zijn lovenswaardig en zeker aanmoediging waard. Het is alsof het [...]
Het Ruhrgebied als Randstad XXL. Dat is mijn conclusie na een week lang rondstruinen in de Pott. Het gebied heeft in potentie alles wat onze Nederlandse Randstad als netwerkstad ontbeert: een intensief en goed verknoopt OV-netwerk, een stevig netwerk van (her te gebruiken) infrastructuur ten bate van snel én langzaam verkeer, losse woonkernen met voldoende [...]
Vanaf 2000 is er hard gewerkt aan het in oude luister herstellen van Landgoed Zonnestraal: een intact ensemble ontworpen in het strakke en stoere Nieuwe Bouwen temidden van de bossen en het groen in het Hilversumse. Zonnestraal werd ontworpen door de architect Jan Duiker (met behulp van Bernard Bijvoet en Jan Gerko Wiebenga) en werd in 1928 geopend als sanatorium voor TBC patienten. Met het [...]
De afgelopen jaren heb ik het al vaak gezien: het alom bejubelde en wijdverbreid omarmde Belvedere-beleid van de Nederlandse overheid liep regelmatig tegen zijn eigen grenzen aan, en ging zo alsnog zijn doel voorbij.
De insteek van het beleid was en is zeker toe te juigen: Belvedere bepleitte het inbedden van cultuurhistorie in ruimtelijke ontwikkelingen, om kaalslag van monumenten [...]
Tot voor kort was deze stad een puinhoop, Dresden. Letterlijker dan dat kun je het niet omschrijven. De barokke sprookjesstad werd door de geallieerden in de nacht van 13 op 14 februari 1945 gebombardeerd. Niet alleen vele mensen lieten het leven, de stad verloor door het bombardement zijn stadshart en daarmee zijn ziel. In de DDR tijd werd [...]
Alle na-oorlogse wijken in Amsterdam West - de één nog wat meer ghetto-like dan de ander: Osdorp, Geuzenveld-Slotermeer, Bos&Lommer, Slotervaart - gaan tegenwoordig door het leven onder de bijna hippe verzamelnaam Nieuw West. Nieuw West, daar waar de grachtengordel-Amsterdammer van binnen de ring nooit komt. Daar waar de zon nooit op de voldoende aanwezige blinde witte muren weerkaatst. [...]
De IBA - Internationale Bauausstellung - is inmiddels een beproeft en redelijk succesvol middel van de Duitse overheid om transformatie op gang te brengen op plekken waar dat hard nodig is door economische achteruitgang. De strategie is telkens hetzelfde: een economische impuls voor een bepaald gebied over een periode van tien jaar, zodat het daarna op eigen kracht weer verder [...]