Landschap, transformatie en herinnering

Home / Carousel / Brandevoort

Brandevoort

Anno 2011 is het dat ik mijn eerste bezoek aan Brandevoort afleg, de geheel nieuw opgetrokken historische vestingstad als VINEXuitbreiding van Helmond. Al in 2005 studeerde mijn studiegenoot Angela Sondervan af op deze woonwijk met de bachelorscriptie ‘De mythe van Brandevoort’, en nooit kwam het ervan om de veelbesproken wijk daadwerkelijk te bezoeken. Mijn al jaren onbeantwoorde vragen – ik wilde het eerst zélf zien – zijn dan ook: maakt Brandevoort waar wat het al die jaren gepretendeerd heeft te zijn (‘een eigentijds voorbeeld van een authentiek Brabants dorp’), en: werkt het? Werkt de woonwijk en het speciale uiterlijk van de wijk voor de wijk? De woonwijk bestaat immers alweer een hele poos. Een blik op www.helmondbrandevoort.nl bevestigt deze gedachte: ‘Op zondag 10-10-’10 vierde Brandevoort het 10-jarig bestaan. Het feest trok duizenden bezoekers en er was vermaak voor jong en oud.’ Ja, de gemeente weet wel hoe ze citymarketing moet bedrijven. Maar elf jaar na dato maak ik ook voor mezelf de Brandevoort-balans op.

Bij de entree door de ‘stadspoort’ en binnenrijdend over rotondes valt me meteen iets op. Dit is een autostad. De entree is gemaakt voor een entree per auto. Je gaat de wijk niet uit zonder, daarvoor ligt de wijk te ver van (alle faciliteiten in) Helmond. Zelfs de vakkundig aangelegde stratenpatronen en afwisselende gevelbeelden met baksteen kunnen niet verhullen dat hier het comfort overheerst: parkeerpleinen zijn zorgvuldig weggewerkt in de binnenhoven achter de historische gevels. Een indrukwekkend hek sluit ze af voor onbevoegden. Dat is een voor de hand liggende keuze in de 21ste eeuw, maar toch: het prevaleren van de auto doet wel wat vreemd aan in een zogenaamd historisch dorp. Maak het dan autovrij en integreer meer functies op loop- of fietsafstand. Afijn. Het blijft een vinexwijk.

SchoolmeisjeMijn tweede constatering beantwoordt meteen mijn eerste vraag: is Brandevoort een authentieke Brabants dorp? Nee, Brandevoort voelt als een stad. Hoewel geforceerd hier en daar – een art nouveau smeedijzerenmarkthal op een middeleeuws plein - is met een stadshart, grachtjes, gebogen stratenpatronen en veel baksteen een stadsgevoel gecreëerd. Brandevoort is een vestingstad, een Hanzestad, een stad in ieder geval, en dus vraag ik me af wat daar Brabants aan is. Bestaat Brabant niet voornamelijk uit dorpen? En bovendien: deze stad had overal kunnen zijn. Schiet mij maar lek: ik kan geen Brabantse details aan deze semi-stad ontdekken. Dat Brandevoort typisch Brabants zou zijn verwerp ik dan ook meteen als verkooppraat. Leuk geprobeerd, dat wel. Wat er wonen wel mensen en het ziet er ook prettig uit. En dat brengt me op mijn tweede vraag: werkt het? Want als Brandevoort een stad moet zijn, waar zijn dan op deze zonnige zaterdagmiddag de mensen om de stad mee te bevolken? Het terras op het stadsplein wordt door een enkeling in bezit genomen. Hier en daar zitten hippe papa’s met hun even zo sportieve kinderen voor hun deur. Bij de supermarkt en drogist loopt wat volk naar buiten. Ik ben gecharmeerd van het volwaardig stadse uiterlijk van de wijk – dankzij het aan pretparken verwante gebruik van imposant historische gevels, maar niet van het monofunctionele karakter dat een VINEX woonwijk meestal heeft, want daardoor blijven de straten leeg en slaperig, net als elke grootschalige stadsuitleg bedoeld om te wonen. Monofunctionele stukken stad die niet 24 uur per dag worden ‘gebruikt’ (winkelstraten, uitgaansgebied) brengen op de lege momenten nogal eens een onbehaaglijk gevoel voort. Als in een leeg pretpark. Als ik weer in mijn auto stap en terugrijd, blijft de vraag door mijn hoofd spoken of men zich ’s nachts de hond uitlatend op het tochtige stadsplein ook zo prettig voelt als ik mijzelf vandaag in de zon.

Leave a Reply