Belvedere voorbij

Ceramique Maastricht

De afgelopen jaren heb ik het al vaak gezien: het alom bejubelde en wijdverbreid omarmde Belvedere-beleid van de Nederlandse overheid liep regelmatig tegen zijn eigen grenzen aan, en ging zo alsnog zijn doel voorbij.

De insteek van het beleid was en is zeker toe te juigen: Belvedere bepleitte het inbedden van cultuurhistorie in ruimtelijke ontwikkelingen, om kaalslag van monumenten te voorkomen en ruimtelijke ordeningsprocessen beter in te bedden in bestaande structuren. Vinex/bulldozer technieken waren namelijk ook weer niet alles gebleken, en het Belvedere beleid probeerde de wereld hiervan te overtuigen. Inmiddels is het projectbureau Belvedere alweer klaar met zijn taken, het opereerde van 1999-2009, en  het ministerie van OC&W heeft de draad actief opgepakt met bijvoorbeeld MOMO (modernisering van de monumentenzorg). In dit nieuwe monumentenbeleid  is geprobeerd om cultuurhistorie ook wettelijk in het proces van ruimtelijke ordening te verankeren. Ook VROM timmert aan de weg met Mooi Nederland: met behulp van ettelijke miljoenen wil VROM verrommeling tegengaan, zuinig en slim omgaan met de ruimte en een betere ruimtelijke kwaliteit realiseren. 

Maar nog steeds staat het ontwerp als oplossing centraal, en niet het onderzoek, ook in talloze door Belvedere gesubsidieerde projecten. Het makkelijk te omschrijven einddoel is subsidieerbaar gebleken. Maar het ongrijpbare proces; het onderzoek naar cultuur en cultuurhistorie, onderzoek naar de zachte, emotionele stad, de betekenislagen, onderzoek waarin de mens zelf en zijn (individuele) geschiedenis centraal staat, kwamen lastig aan hun trekken. Terwijl die waarden een nog veel grotere waarde voor de ruimtelijke wereld kunnen betekenen dan het inmiddels uitgemolken en in clichébeelden gevatte woord ’cultuurhistorie’. Kijk bijvoorbeeld eens naar het  dierbaarheidsonderzoek van Islant. En nog niet harde en definitieve methode, maar wel een nieuwe manier van benaderen van het ontwerp. Namelijk niet als einddoel, maar als middel. Zoals ook het Belvedere-beleid zijn invloed op het ontwerp had moeten uitoefenen: dat cultuur(historie) invloed zou hebben op het proces, en niet persé op het ontwerp als einddoel.

Niet alleen laat het overheidsbeleid te wensen over. Ook is er op het raakvlak van ruimtelijke ordening en cultuurhistorie nog steeds geen universitaire of hbo-opleiding te vinden die studenten aflevert met diepgaand verstand van meerdere nauw met elkaar verweven disciplines: architectuur, stedebouw, cultuurhistorie, planologie, sociale geografie én projectmanagement (zelf volgde ik een masteropleiding erfgoedstudies, met keuzevakken bij planologie en een stage bij een cultureel georienteerd stedebouwkundig bureau). Want dat is wat we nodig hebben: mensen die verstand hebben van ruimte, cultuurhistorie én sociale structuren. Mensen die besef hebben van de waarde van wat er is, mensen die om kunnen gaan met bestaande waarden en die kunnen gebruiken in hun proces, en met een middel als het ontwerp kunnen ontdekken wat op elke individuele plek de beste oplossing is. Mensen die buiten de gebaande paden van de verschillende disciplines kunnen én durven denken. Pas dan, kan de integratie van cultuurhistorie met de ruimtelijke ordening – of omgekeerd – geslaagd worden genoemd. Maar op dat punt zijn we nog niet, helaas.

Leave a Reply

*