De derde kamer, of over Amman

Amman

Op dit moment zitten we te niksen in de Golden Tulip in Airport Amman. Het hotel heeft verschillende gezichten, zo trendy als de lobby doet overkomen, zo ouderwets voelt onze hotel kamer aan.

Omdat Marieke een beetje ziekjes is, schrijf ik (het vriendje van) dit stuk over het laatste gedeelte van onze kleine wereldreis. Schrijven is niet echt mijn sterkste kant dus het kan zijn dat er typfouten in voorkomen, gramaticale fouten en nog vele andere taalgebrekkigheden die jullie zelf mogen gaan ontdekken, succes!

In saaie chronologische volgorde is het volgende gebeurd sinds we van het eiland afkwamen;

Er was die ene boottocht waar het schommelschip van de Efteling een puntje aan kan zuigen, het ontbijt bleek ik achteraf voor niets te hebben genuttigd want na een uur had ik alles in de zee gedumpt.

Met dat gevoel reden we even later in ’s werelds langzaamste tuk-tuk naar het reisbureau om ons geld terug te krijgen van de niet gebruikte bungalow. We hadden al van te voren bedacht wat er nou mis was gegaan, want onze fout was het niet, dachten we. Het mannetje van de balie had gezegd dat er die ochtend van vertrek op hetzelfde tijdstip naast elkaar 2 boten waren met ieder een eigen bestemming, blijkbaar waren we toegelaten op de verkeerde boot. Het geld zouden we daarom ook niet meer terugkrijgen, maar door Marieke’s charme (lees: ik ga hier niet meer weg voordat ik mijn geld terugheb) hadden we al het geld terug gekregen. We weten alleen niet of die jongen daar nog werkt…

la-patateDiezelfde dag reden we naar de hoofdstad van Cambodja. Phnom Penh is een echte stad, maar dan wel een kleine, de meeste toeristen zijn er dan ook maar 1 of 2 dagen. De hoogtepunten zijn dan meestal; The killing fields, het S21 museum en de shooting range. Na alle oorlog musea in Vietnam en het feit dat ik al had verklapt aan Marieke dat je in de Killingfields eigenlijk op de restanten van neergeknuppelde mensen loopt, hadden we dat allemaal maar overgeslagen. In plaats daarvan waren we naar een echte Belgische patatzaak gegaan en ook nog naar een gedeelte van het koninklijk paleis maar dat was niet zo bijzonder (daar denkt Marieke anders over). De eigenaar van de patatzaak was echt een geweldig persoon, had zo uit een Asterixstripboek kunnen springen met zijn streepjestuinbroek, gigantische lijf en grote neus. De patatten waren ook van goede smaak en voor eventjes dachten we dat we weer in de buurt van thuis waren.

tuktukHet hotel waar we verbleven was hetzelfde als waar ik vorig jaar was geweest, en we hadden het al in Sihanoukville gereserveerd omdat we laat in de avond in Phnom Penh aan zouden komen en het nu hoogseizoen is Cambodja. Toen we die avond aankwamen werden we helaas geweigerd omdat ze vol zaten, gelukkig hadden ze wel een penthouse kamer over nadat we iets hadden gezegd over een reservering. Omdat onze reistijd schaars was geworden hadden we al na 1 volle dag en 2 nachten de bus genomen naar Siem Reap; Cambodja’s meest toeristische plek omdat het hele Angkor complex daar in de buurt is. Ook hier hadden we al een plek gereserveerd omdat het gloednieuw en goedkoop zou zijn met een ook nog eens een zwembad op het dak. En dat was ook allemaal zo: nog nooit ben ik zo lang zo koninklijk behandeld, de bedienden (Marieke vind de term personeel meer van toepassing) waren allemaal super aardig en vooral erg grappig en het eten in het hotel was echt heel goed (zeker voor die prijs). Dat was eigenlijk ook wel meteen het beste van Cambodja: super aardig Cambodjanen overal en overal goed eten.

angkorMarieke vond natuurlijk Angkor erg mooi en beklom als een echte Lara Croft de ene tempel na de andere. Zelf voelde ik me haast als het bas-relief van Angkor Wat: in het het begin is het heel mooi en bouwt de spanning op omdat er een grote veldslag komt, vervolgens is de veldslag “gecensureerd” door latere generaties en het laatste gedeelte van het relief… volgens mij hadden de Khmer er vroeger ook geen zin meer in.

Maar ik was er een halfjaar geleden natuurlijk ook al geweest en dus voormij was de nieuwheid er wel vanaf.

angkor-2De 3-daagse toegangskaart van Angkor hadden we helemaal opgebruikt, aan het einde waren we ook doodmoe en nog steeds had Marieke het gevoel dat ze niet alles had gezien. Maar dat was ook eigenlijk zo, want het is allemaal zo groot, voor alles heb je echt weken nodig. En sommige tempels waren ook gedeeltelijk afgesloten vanwege renovatie. En misschien kwam het ook doordat ik een paar keer had gezegd dat het vorig jaar voor de renovatie mooier was.

Na Angkor, het indrukwekkende landmijnen museum en onze ongelooflijke tijd in Siem Reap was het tijd om terug tegaan naar Bangkok.

 

Daar hadden we alleen maar een dagje geshopt in een winkelcentrum omdat er door de week geen weekendmarkt is. Vervolgens zijn we na een lange slaaploze vlucht, maar met veel films, aangekomen in onze 3e hotelkamer in het Golden Tulip Hotel op Airport Amman. Op kosten van Royal Jordanian vanwege het cancelen van onze vlucht naar Amsterdam. De eerste 2 kamers die we kregen toegewezen waren al vol (goedemorgen, excuses!), alleen wist de balie medewerker dat niet.

En dus ligt Marieke in bed om te bekomen van vervelende Bangkokkiaanse darmbacterieen en loop ik zo vaak als mogelijk naar de eetzaal om alles uit het gratis buffet te halen.

Een korte samenvatting van onze reis tot nu toe:

-Vietnam; leuk, de mensen zijn stugger, maar heel aardig, je moet  wel een motor hebben om wat van het landschap te kunnen zien en daar kom je eigenlijk ook wel voor.

-Cambodja; zoals de Lonely Planet zegt; de aardige mensen zijn zelf een attractie, hele aardige mensen, goed eten en alles gaat daar zo makkelijk.

-Bangkok; groot, westers en vooral veel etenslucht op straat.

ammanNB. We zijn inmiddels twee dagen verder en J. heeft nog niet de moeite genomen om het bovenstaande online te zetten, dus doe ik het maar zelf met een kleine update. We zijn gister verkast naar downtown Amman, het oudste gedeelte van de stad – het zogenaamde Romeinse Philadelphia. Er zijn hier een prachtig amfitheater en citadel te bewonderen, en het drukke Arabische straatleven vol muziek, eetstalletjes, marktwaar en pratende mensen. Het is een door en door Arabisch gedeelte (het westen van de stad is moderner en wereldser), en zodoende ben ik met mijn blonde haar (dik ingepakt tegen de kou en met haar in een degelijke knot, nog stééds) een wandelende attractie om naar te kijken, en J. voelt zichzelf ineens een stuk Hollandser dan Israeli. Het antwoord op de vraag ‘Where are you from?’ moet hier namelijk zorgvuldig met ‘Holland’ beantwoord worden om een vriendelijk ‘Welcome to Jordan’ terug te krijgen, al is J. met zijn krullen en shabby reizigersvoorkomen het toonbeeld van een Israelier. Maar wordt je eenmaal verwelkomd, dan zijn de mensen hier erg hartelijk, vriendelijk en in voor een praatje en laten ze je met veel genoegen hapjes proeven, helpen ze je op weg of nodigen ze je uit om mee op pad te gaan. De stad is niet echt een historische, romantische stad, maar hij heeft zeker zijn charme. Helaas werkt mijn maag nog steeds niet echt mee en brengen we veel tijd in de hotelkamer door, ik in het bed. Jonathan is ook lekker verkouden, dus we hebben het winterweer beiden tegen ons. Maar klagen hoor ik hem niet: hij geniet van de rust en het eten hier op elke straathoek (‘Ik vind het helemaal niet erg dat je ziek bent’ ‘Ahum, dank je, ik wel’): hij hoeft de deur maar uit te lopen en binnen drie stappen vind je een vers bakkertje, kebabzaken, fruitstalletjes, coffeeshops met verse koffie en muntthee, verse noten enzovoort enzovoort. Hij onderwerpt zich daaraan gewillig, ik moet al dat eten noodgedwongen aan me voorbij laten gaan. Ik hoop dat we vandaag eraan toekomen om wat meer van de westelijke stad te zien, en misschien ook de citadel. Als ik me beter voel reizen we door naar Israel om Jonathan’s opa op te zoeken. Ook dat wordt nog een hele toer, want de meningen zijn verdeeld over waarvandaan de bussen naar de grens vertrekken en of ze rechtstreeks gaan of met overstap, dus ik ben benieuwd. Hemelsbreed is het hiervandaan maar 50 km naar Jeruzalem, dus lang hoeven we niet te reizen. We zien wel!

6 Responses

  1. Marike says:

    Leuk om nu eens een verslag van jouw hand te lezen, Jonathan. Maar eigenlijk spreekt die foto met die zak van La Patate – en je gezicht erboven – al boekdelen. Lijkt me raar voor jullie om weer zo ineens in de kou te zitten, wel een mooie overgang naar ons kikkerlandje straks. Beterschap voor Marieke en nog een mooie tijd in Israël.

    Groetjes uit Amersfoort

  2. Wim en Geeske says:

    Ja het is wel duidelijk, de liefde van de man gaat ook bij jou Jonathan toch vooral door de maag. Leuk om ook een “stukkie” van jouw hand te lezen. Straks nog een paar weken lekker uitrusten in Israel, waar het misschien niet zo tropisch is, maar in ieder geval een stuk aangenamer dan in dit koude kikkerlandje. Groetjes vanaf de Oreade.

  3. Lisette says:

    Hoi!
    Leuk verhaal hoor Jonathan! Balen dat je niet lekker bent Marieke…
    Onze darmen – die van mij, Marsha en Ariënne – hebben afgelopen week ook wat te verduren gehad met een all you can eat Sushi date…! ;-) Beterschap!
    Liefs,
    Lisette

  4. Nadja says:

    Ha zus! Hoop dat je inmiddels weer aan de betere hand bent? Ik las net op fb dat je nog even zou bellen dus ik hoor alle verhalen nog wel, maar Jonathan’s kant van het verhaal is in ieder geval duidelijk: jullie zullen niet ondervoed terug komen! Jeroen en ik herkenden het amfitheater al uit Wie is de Mol seizoen zoveel, toen ze ook in Jordanië waren. Mooie plaatjes in ieder geval! Hoop dat we snel even kunnen bellen! Kus van je zus

  5. Rachel says:

    Hoi
    Leuk verhaal wel weer even wennen aan het weer.
    Hoop dat je snel weer opknapt en nog veel plezier in Israël
    Groetjes Jan en Rachel

Leave a Reply

*