Exit Vietnam, enter Cambodja

Cambodja

koh-rong

Stel je zelf eens voor: een eiland in de eindeloos diepblauwe oceaan met stranden van zand zo fijn en wit als poedersuiker, daarachter ondoordringbare jungle en een haventje met twee houten pieren, strand als weg langs de kust, een handvol houten huisjes, enkele restaurantjes en guesthouses. Geen asfalt – alleen maar paden, warm zeewater om in te zwemmen, op elk Cambodjaans gezicht een brede glimlach. Geen internet, geen stroom. Een soort Taka Toeka Land zonder piraten. Lost zonder mysterieuze gebeurtenissen. Tortuga zonder wilde kroegen. Zo ongeveer was het de afgelopen dagen op Koh Rong, Monkey Island, een van de eilandjes voor de kust van Cambodja. Zo ongerept heb ik het nog nooit meegemaakt en zoveel mogelijk genieten we ervan, want komen we hier ooit nog terug, dan zal de wereld het eiland ook hebben ontdekt en onherkenbaar hebben veranderd. Niet ten goede waarschijnlijk.

schelpSinds 3 januari zijn we de grens naar Cambodja overgegaan en dat was meteen een wereld van verschil met Vietnam. De Mekong als drukbevolkte en evenzo volbebouwde delta verruilden we aan de grens voor het weidse en open landschap van een armer en dunner bevolkter Cambodja. Eindeloos verre akkers met rijst, landbouwgrond, houten stilthouses en buffels. Ook weer wat heuvels. Ademloos prachtig tegen de ondergaande zon. En dan de Cambodjanen: altijd vriendelijk en nieuwsgierig, met een brede lach op het gezicht. Onze eerste stop was Kampot, een middelgrote stad aan een koele rivier. Vanuit daar huurden we een brommer om terug te rijden naar Kep, een voormalige Franse badplaats uit de jaren zestig waar sinds de huishoudingen van de Kmer Rouge de grote villa’s leegstaan die als spookachtige figuren in het landschap de geschiedenis zwijgzaam belichamen. Sommige Cambodjanen hebben de villa’s voor hun vee als koeienstal in gebruik genomen, of wonen in wat er van over is met hun schamel bezit. Handige projectontwikkelaars hebben leegstaand niemandsland opgekocht om er luxueuze hotels op te bouwen, andere wachten nog op geinteresseerde kopers. In beide gevallen laat het ons met een wat ongemakkelijk gevoel zitten, want de geschiedenis is hier nogal beladen. Kun je dat als bewoner van een nieuwe vakantievilla of als toerist op een luxe strandbedje naast je neerleggen? De andere kant op vanuit Kampot bezoeken we Bokor Hill, een ander Frans bergstation uit koloniale tijden. Een koloniaal hotel, een kerkje en de ruines van enkele huizen en ‘auberge’s’ herinneren er nog aan. Toen de Fransen Indochina moesten verlaten, na enkele jaren gebruik door de Koning van Cambodja, werden de gebouwen al snel weer bezet door de Kmer Rouge, die de plek gebruikten als militaire uitvalsbasis. Er werd veel gevochten, maar echt desastreus was het gebruik ervan door de Vietnamezen. Na vertrek hebben ze geen moeite gedaan om de kostbare interieurs heel te laten. Sindsdien is Bokor Hill een van Azie’s bekendste spooksteden, door de hoogte vaak omgeven door spannende flarden mist, en trekt het vele nieuwsgierige bezoekers, die langs de verlaten gebouwen dwalen. Maar uiteraard ook hier heeft een handige handelaar met veel geld het gebied opgekocht. Bezoekers rijden de berg inmiddels op over een brede asfaltweg, het koloniale Franse hotel wordt gerestaureerd als museum en geflankeerd door een gigantisch betonnen driesterren hotel en casino. Het vijfsterrrenhotel is in aanbouw en de kabelbaan volgt daarna. De magie van Bokor is vervlogen, kwamen wij achter.

galNa Kampot namen we de bus naar Sihanoukville, de stad die naar de koning werd vernoemd. Een mooie plaats die ons door iemand was aangeraden. Daar zouden we ook Gal ontmoeten, een eveneens reizende vriend van Jonathan. Met zijn drieen gingen we in de drukke en zweterige badplaats – het is hier hoogseizoen nu – naar het strand en de kroeg in. Fijn! Als stad was Sihanoukville ons alleen een beetje te druk: wegens populariteit is ook deze plaats niet aan de bouwwoede ontsnapt, en van een rustieke plek kun je niet echt meer spreken. Snel weer weg dus. Nu wil het geluk dat er voor de kust op twee uur varen een aantal prachtige eilanden liggen met simpele bungalows in de dichtbegroeide jungle. Dat leek ons wel wat. Maar hoogseizoen, dus alles vol natuurlijk.

Toen we ergens nog de allerlaatste bungalow konden krijgen hadden er natuurlijk al wat alarmbellen af moeten gaan. Maar goed, het was niet duur, en de pickup naar de boot was netjes geregeld dus wij maakten ons niet druk. De bootreis was een avontuur op zich: een klein houten, open bootje ter grootte van een vissersscheepje ging een twingtigtal mensen naar het eiland vervoeren. Iedereen zat lekker ontspannen aan dek, zich voorbereidend op een pleziertochtje, maar na het verlaten van de pier bleek al snel dat het geen ontspannen tocht zou gaan worden. Grote oceaangolven golfden in de zee en de wind maakte er mooie witte koppen op. Ons bootje tolde, slingerde en schommelde als een wilde, buiswater sloeg continue over het schip en bij elke golf zat ik met stijf tegen elkaar geknepen billen en rillend van de spetters te hopen dat we zouden blijven drijven. En dat ongeveer drie uur lang. Mezelf met onze goede ideeen vervloekend en hopend dat we de terugreis nog mee zouden mogen maken. Na het verstrijken van de tijd groeide mijn vertrouwen in de kapitein die ons kunstig door de hoge golven loodste, en het bootje, dat de golven prima leek te trotseren. Wit van het zout kwamen we in de haven aan, en als je dacht dat het gedonder toen achter de rug was: het begon pas. De meeste passagiers op ons bootje konden lopend naar hun resort. Een behulpzame Engelsman kreeg ogen zo groot als schoteltjes toen hij over ons park hoorde. ‘They do that fucking every time. You should get a heart attack, because you cannot reach it. There is no road here, you cannot walk there, there is no freaking boat…’ Zucht. Hebben wij weer, een idyllische maar onbereikbare bungalow. Die misschien niet eens bestaat, maar waar wel voor is betaald. Wij bellen naar het resort, of in ieder zonsopganggeval het nummer dat we ervan hadden: ‘We send a boat in half an hour.’ De Engelsman: ‘That’ll be the first time, but let’s see what happens.’ We mochten de tassen bij de Engelsman laten staan en schoven een pier op om een heerlijke Italiaanse pasta te verorberen bij La Mami, pas twee weken open, en bemand door de Italiaanse moeder en zoon Laura en Matteo en de Hongaarde Misi, een vrolijke en hartelijke boel. Volle magen. Anderhalf uur later en nog geen boot, nog maar eens gebeld. ‘No boat, too much wind, we send a motorbike for four person.’ De Engelsman barst los in gebulder: ‘er is hier helemaal geen weg, hoe gaan ze dat doen dan?’. Nog eens gebeld: ‘Yes, you have to walk to the new road, and then we pick you up.’ De Engelsman: ‘They’re building a new road on the other side of the island, but I don’t know where it is, so how are you supposed to know where to go? Walk through the jungle for a couple of hours and then get lost?’ Geen goed idee dus en bij het park hadden ze duidelijk geen intentie om het problem op te lossen. En wat doe je dan: terug met de eerste boot om de zaken te regelen en je geld terug te vragen? Of maar zien hoe het loopt, een ander plekje proberen te vinden en alsnog proberen te genieten van het prachtige eiland waar je je op bevind, en dan later wel zien hoe het met het geld afloopt? We kozen voor het laatste. La Mami had nog één van de drie kamers vrij – een hok met een bed en muggennet boven de klotsende golven van de zee en daar konden we zo in. Geen twijfel, het werd ons hok. En vanaf dat moment kon het genieten eindelijk beginnnen. Natuurlijk zeurt het geld ergens nog, maar daar proberen we zo min mogelijk aan te denken. Na twee heerlijke dagen pakken we morgen de boot naar het vaste land weer terug. Daar hebben we nog een appeltje te schillen met ons reisbureautje en pakken we ’s avonds de bus naar Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Daar hoop ik weer internet te hebben. Dus wanneer jullie dit lezen, dan hebben we de overtocht naar het vaste land veilig kunnen maken…

PS1: Niet ik, maar J. heeft op de terugweg wel twee keer over de reling van het schip gekotst.

PS2: Het resort bestaat wel. Alleen heeft schijnbaar niemand de moeite genomen ons te vertellen dat er meerdere en dus verschillende boten naar het eiland varen – of meer: naar de verschillende resorts. Op ons ticket stond gewoon ‘Koh Rong’. We hebben ons geld inmiddels terug.

8 Responses

  1. Nadja says:

    Wat een gedoe, het zal er allemaal wel bij horen… Fijn dat jullie in ieder geval nog van jullie idyllische tropische eiland hebben kunnen genieten. XXX

  2. Wim en Geeske says:

    Ja jullie wilden avontuur, dus waar voor je geld zou ik zo zeggen. Dat bootje was me wel iets te spannend, maar verder…. geniet er van.

  3. jan en gea says:

    Hoi Marieke en Jonathan

    Leuk weer gelezen jullie verhaal, nu kan mij voorstellen dat je dan niet meer zo gezellig in een bootje zit.
    Nu, nog een mooie maand samen reizen.

    Groeten Jan en Gea uit een nog steeds zacht( 10 graden ) nederland.

  4. Tabitha says:

    Wat een avonturen. Goed om te lezen dat jullie weer veilig geland zijn. En nu alweer bijna op naar het volgende avontuur… Alles ‘verwerken’ in Israel. Blijf genieten, dan blijf ik jullie volgen. Tabitha

  5. Marike says:

    Cambodja, daar wil ik zie te zien ook best een keer heen. En leve La Mami voor het voeden en herbergen van de gestrande reizigers!

    Groetjes en veel plezier nog,
    Marike

  6. Martijn says:

    Jee, luitjes, dit is leuk leesvoer voor als je niet kunt slapen (het is hier 0:30u)! Mooie reactie van je ouders, Mariek! Van een beetje avontuur wordt niemand slechter. Jullie kapitein kende de zee waarschijnlijk beter dan de kapitein op een cruiseschip nabij Italië, die had een rots over het hoofd gezien.

    Benieuwd naar jullie volgende verhaal, het zal dan vast over Phnom Penh gaan. Tickets voor de terugreis staat toch niet alleen “Israel” op hè?

    Martijn

    P.S. Brechtje slaapt, maar ik zal haar morgen dit blog laten lezen, foto’s zijn ietwat jaloersmakend.

  7. Annemarie says:

    Hoi,

    Prachtig om jullie verhalen te lezen. We moesten erg lachen om de beschrijving en de reacties. Op het moment zelf zullen jullie wel wat gezweet hebben. Het schijnt er allemaal bij het reizen te horen. Veel plezier in Cambodja!

    Groetjes uit Argentinie, waar het er stukken rustig aan toe gaat :-)

    Obbe & Annemarie

Leave a Reply

*