Ito’s journey part II

St. Kilda beach

Sjabbatmaal

Shlomo en Smiley, twee goede vrienden van Itamar, vroegen kort na aankomst eigenlijk al meteen of we samen met hen en andere vrienden van Itamar op vrijdag wilden deelnemen aan het sjabbatmaal in Raiza’s share-house. Los van het feit dat Shlomo een goede kok is, en ons dat dus niet zo heel bezwaarlijk leek, was het natuurlijk ook een mooi moment om samen te komen met iedereen en verhalen met elkaar te delen. De vrijdagavond is een moment van samenzijn met je familie, alle vrienden in dit geval, om stil te staan bij het leven, het moment en even van elkaar te genieten.

Sjabbat

Voordat Itamar vertrok organiseerde hij voor het eerst de wekelijks door deze vriendengroep georganiseerde sjabbatmaaltijd bij hem thuis, en kwamen alle vrienden bij hém over de vloer. Daar was hij trots op. Hij maakte voor hen zijn favoriete stuk vlees: schnitzels. Iedereen vond dat bijzonder, omdat het de eerste keer was daar op Henry Street. Itamar vond zichzelf niet zo’n beste kok, maar hij deed voor deze maaltijd in zijn huis zijn uiterste best. Die eerste, en ook laatste, keer staat nu bij iedereen in zijn geheugen gegrift.

Zo gezegd, zo gedaan kwamen we vrijdag allemaal naar Marara Road, en het huis was vol met gezelligheid. Aan een lange tafel werd gegeten en gepraat, gelachen. Als Jonathan wegloopt met de telefoon in zijn hand en later weer terugkomt met het nieuws dat Itamar’s lichaam in Nederland is geïdentificeerd, valt het stil. Er heerst opluchting, maar ook het verdriet dringt weer even dubbeldik tot ons door en we huilen. De realiteit van waarom we hier eigenlijk ook al weer waren. Met knuffels troosten we elkaar. Het nieuws kon zich geen beter getimed moment wensen. Maar het komt toch rauwer dan je denkt. Met een preview van Raffi’s film over Itamar proberen we onszelf te troosten. Maar daarna gaan we moe en verdrietig naar huis. Gesloopt door zoveel verdriet en saamhorigheid op hetzelfde moment.

No worries

No worries is de Aussie-variant van ‘is goed’ of ‘dank je’ in het Nederlands.  ‘Can I have a hamburger with that?’ ‘Sure, no worries.’ ‘CouId I have a cup of tea?’ ‘Yes, no worries.’ ‘It was delicious.’ ‘No worries’. ‘See you later.’ ‘See ya, no worries, travel safe’.

Eerst werkte het een beetje op onze lachspieren. De jongen achter de MacDonalds-counter (Of Macko’s zoals ze hier zeggen) leek er bijna een sport van te maken om achter elk van onze zinnen ‘Sure, no worries.’ te zeggen. Het duurde even voordat het tot ons doordrong dat het gewoon een soort formaliteit is, zoals ‘prima’.

Net zoals ze hier bij wijze van groet vragen ‘How are you today?’ maar dan eigenlijk geen antwoord verwachten. Zelf weet ik nog steeds niet goed wat ik dan moet antwoorden, want het is geen vraag maar een groet. Ik gok op ‘no worries’.

Chapel StreetOp-shops

Waar in Nederland de tweedehands markt bestaat uit de ietwat overprijsde hippe ‘vintage’ stores in de Amsterdamse binnenstad óf de muffige kringloopwinkels ergens op verlaten industrieterreinen, barst het hier in Melbourne van de Op-Shops. De Op-Shop is de perfecte combinatie van de twee uitersten in Nederland: je kunt er superleuke tweedehands kleding, tassen, schoenen, sieraden en meubels kopen, en het voelt als een goed gesorteerde, prettig ruikende winkel, maar dan tegen spotgoedkope tweedehandsprijzen. Vlakbij in Chapel Street zitten er zo al een stuk of vijf op een kluitje. Jonathan kocht er vanmorgen een korte broek voor een dollar of 7 en een Hugo Boss overhemd voor een prikkie. Aan de labels te zien die ik af en toe in Itamar’s appartement vind, wist ook hij de weg naar de Op-Shops te vinden: zijn meubels en een deel van zijn kleren kwamen er vandaan. En geef toe: waarom nieuw, als het tweedehands net zo leuk en veel betaalbaarder is?

Parking fines

We hebben het gepresteerd om op één dag twee parkeerboetes te krijgen. Itamar had er altijd aardig wat openstaan, en hoewel wij al die tijd dachten dat dit vooral te wijten was aan onverantwoord parkeergedrag van het jongste broertje, weten we nu dat het snel kan gaan hier. Het lag zeker niet aan Itamar, meer aan een combinatie van snelle en strenge handhaving in combinatie met een tikkkeltje bijzondere regelgeving.

De eerste bon kregen we voor parkeren aan de verkeerde kant van de straat. Of meer: met onze neus de verkeerde kant op. Somehow hebben ze hier een voor ons wat ongewone regel dat je auto geparkeerd moet staan in de rijrichting van de zijde van de straat waaraan je geparkeerd staat. Weten wij veel. Afijn, een prent dus, ondanks het vriendelijke gesprekje met de police officer. Een dag later ontdekten we dat we op dezelfde avond ook een parkeerboete hadden gescoord voor ‘parking in a permit zone’. We stonden geparkeerd in een rustige woonwijk, maar blijkbaar hebben bewoners daar voor hun deur een eigen parkeerplaats met een parkeer-permit. Waar wij kennelijk in hebben gestaan. Ka-ching, een tweede boete erbij.

We hebben ons de afgelopen dagen dikwijls afgevraagd hoe een groot land als dit met zo’n lage bevolkingsdichtheid (23 miljoen mensen) al dat wegenonderhoud over zo’n groot oppervlak kan betalen. Inmiddels hebben we zo’n bruin vermoeden….

 

One Response

Leave a Reply

*