Ito’s journey

Kakketoes

Van tevoren had ik mezelf moeten beloven te schrijven over deze reis. Deze reis die geen vakantie is, maar toch ook weer wel. De reis die niet vrijwillig was en toch weer wel. De reis die ons, zonder vooraf tijd te hebben om ook maar iets te plannen, naar de andere kant van de wereld bracht. Onze reis naar Melbourne, Victoria, Australië, Itamar’s thuishaven. Jonathan, Ruth, Alexi en ik. Op zijn minst om de indrukken ergens vast te leggen en te bewaren voor latere momenten.

Daarnaast besloot ik nog iets anders. Namelijk dat ik vooral zou schrijven over Australië zelf, en over het hier zijn. Over de geuren en kleuren, het klimaat, de sfeer, het landschap. Niet over het waarom van het hier zijn.

Maar nu we bijna tegen het einde van onze trip zijn gekomen en ik deze eerste letters typ – de dag dat Jonathan en Ruth samen door Itamar’s spullen gaan en bij elk item besluiten of het mee naar Nederland gaat, of hier blijft – realiseer ik me dat mijn tweede besluit een onmogelijk besluit is geweest. Natuurlijk kan ik jullie uitgebreid vertellen over dit prachtige land, de wilde natuur, de tropische vogels, het heerlijke eten, en de verre vergezichten. Maar elke stap die hier wordt gezet is er één in Itamar’s voetspoor. Of bij elke stap wordt hij ontzettend gemist. Schrijven over Melbourne zonder ook maar iets persoonlijks over Itamar te zeggen is onmogelijk gebleken. Dan zou ik hier nu moeten stoppen. Maar hoe persoonlijk het ook wordt, elke snipper van wat we hier zien en meemaken is bijzonder. Daarom schrijf ik toch maar. Ik kan niet over alles tegelijk schrijven, maar zal zo nu en dan wat snippers proberen te vangen.

Raiza-house

Melbourne Airport

Rond middernacht komen we aan op het vliegveld van Melbourne. De immigratiewetten zijn hier vrij streng, dus op elke vraag (‘Heb je voedsel bij je?’ ‘Mmm. Die gedroogde noodlebox, zou die oke zijn om mee te nemen?’ ‘Heb je sportschoenen met modder eraan bij je?’ “Jonathan: ja, mijn renschoenen die heb ik mee ja.’) geven we gedwee antwoord om vooral geen problemen te krijgen met Customs in dit land. Toch worden we doorgestuurd naar een apart gedeelte waar een meneer in douane-outfit ons nadere vragen begint te stellen. Als Ruth haar telefoon tevoorschijn haalt om Rafael een berichtje te sturen dat we iets later bij de uitgang zullen zijn, begint hij met harde stem te praten: ‘Put that away! Didn’t you see the sign behind you, there’s a 10.000 dollar fine for that you know!’. Geschrokken stopt ze haar I-phone weer terug, maar de man kijkt vrolijk en hij meende het blijkbaar niet zo heel beroerd. Als hij er niet heel veel later achter komt waarom we in Melbourne zijn, schrikt hij een beetje en stuurt hij ons snel door naar de aankomsthal. ‘Sorry guys, I’m sorry.’ En daar stappen we dan eindelijk Australie binnen. Bij het zien van de lege aankomsthal begint Ruth te snikken. Haar dierbare broertje is er niet om haar op te halen en zijn wereld te laten zien. Jonathan en Alexi proberen haar te troosten met een knuffel. In de verte komt Rafael al aanlopen, en met verbazing zien we dat hij niet alleen is. Een tikkeltje verbouwereerd staan we toe dat we worden platgeknuffeld door stuk voor stuk vrienden van Itamar die speciaal voor ons naar het vliegveld zijn gekomen, en na een korte autorit worden we gastvrij ontvangen in het share-house van Raiza, Rafael’s vriendin, met een maaltijd en een met dank in ontvangst genomen biertje. Er wordt gelachen en gepraat. Als we diep in de nacht op zoek gaan naar onze bedden, vallen we tevreden in een diepe slaap. De ontvangst beloofde al veel goeds.

DSC00633Windsor

Als we de volgende ochtend laat wakker worden -de jetlag is zeker nog niet weggeslapen – is het huis in diepe rust. Iedereen is op deze maandagochtend natuurlijk gewoon aan het werk. De zon schijnt buiten en de bladeren van de palmen in de tuin wiegen zachtjes heen en weer. Het zwembad aan de achterzijde ligt er wat verlaten bij, nu de verwarming het huis binnen verwarmd. Itamar noemde dit altijd het ‘party house’: in de zomer was het er prima vertoeven. Nu worden wij er liefdevol opgevangen. We pakken ons dik in: bij een zonnetje is het een graad of 14, maar als de zon weg is, is het winderig en voelt het kouder aan.

Het is de bedoeling dat we de rest van de week in Itamar’s huisje zullen gaan slapen, maar het is wel fijn om even tijd te hebben om dat te organiseren. Als in een typische bachelormansion, moet er wel even een frisse wind door het huis, en bovendien moeten we even aan het idee wennen om er te verblijven. We halen eerst Itamar’s auto op, ontbijten dan op Chapel Street, en brengen daarna ons eerste bezoek aan kleine huisje op 35 Henrystreet in Windsor, Melbourne. Wat opvalt Itamar’s straat, en aan de meeste straten in Melbourne, is dat er vooral laagbouwhuizen zijn. Bovendien hebben de meeste huizen een porch, en veel Victoriaanse details. Het hek van Itamar is van hout met een grote 35 erop. Er staan twee afvalcontainers in het voortuintje dat geen voortuin is, en er liggen een paar oude koffers en een doos met glazen. Een fiets met een cijferslot waarvan we de combinatie niet weten. Eenmaal binnen een lange gang met meteen aan de linkerhand de masterbedroom met Itamar’s kingsize bed. Wilson kijkt ons aan. De tweede kamer is een rommelige werkkamer met een grote op Piet Mondriaan geïnspireerde boekenkast en een bureau, Itamar’s favoriete kamer. Daarna een woonkamer met een paar kaarsjes, een plantje en een foto van Dov en Jeannet, een tv aan de muur en een grote hoekbank. Achter de twee kamers en woonkamer volgt de keuken en tot slot de douche met een wc. De deur er tegenover leidt naar de tuin, waarin een gigantische gasbarbecue staat. ‘Gevonden op straat’. zegt Raffi erbij. Het huis is koud en de kamers voelen kil zonder Itamar. We blijven even tussen de spullen snuffelen, zitten even verslagen in de woonkamer op de bank, maar gaan daarna snel weer naar Raffi’s huis, twee straten verderop, om weer onder de mensen te zijn. We besluiten nog een nachtje bij Raiza te blijven om aan het idee te wennen in Itamar’s huis te slapen. Elke dag dat wij er zullen zijn, wissen we namelijk Itamar’s sporen een beetje verder uit.

Chapel StreetChapel Street

Op loopafstand van 35 Henrystreet ligt Chapel Street. Het is een straat vol barretjes, eettentjes, hippiewinkeltjes en zo meer, en naarmate je richting het centrum van de stad loopt (CBD genoemd, het Central Business District) worden de winkels meer en meer posh (al zijn wij daar niet geweest). Dit is waar we véél tijd doorbrengen. Voor ontbijt bijvoorbeeld, in de Vietnamese Pho-bar, of voor avondeten met cocktails, of gewoon een pizza. Voor een brunch met allemaal verschillende soorten hapjes, of voor broodjes van de bakker. De beste koffie serveren ze hier, de beste maaltijden komen hier op tafel, en als het eten gedaan is, wordt er uitgebreid geborreld. Melbourne gaat over eten, en niets is hier goed genoeg. Daar genieten we volop van, maar we houden het vooral bij eten. Behalve op die ene avond in de KIlling Time, een underground kroeg die in de wijde omgeving berucht is, en Itamar’s favoriete hang-out. De sfeer is er gemoedelijk en vriendelijk. Bezoekers zetten grote ogen op als ze in Jonathan Itamar’s gelaatstrekken ontdekken. Een avond lang handen schudden en mensen gedag zeggen. De sfeer is hier erg goed in Melbourne. We genieten van de vriendelijkheid, de gemoedelijkheid, de gastvrijheid en verbazen ons elk moment over de kennelijke aantrekkingskracht die Itamar op vele, vele mensen had.

Great Ocean RoadLinksrijden

In Australie rijden ze aan de linkerkant van de weg, naar Brits voorbeeld. Dat is even wennen. Zelf kijk ik als voetganger telkens de verkeerde kant op bij het oversteken van de straat, maar Jonathan wordt meteen in het diepe gegooid en leert linksrijden ín de auto. Tijdens de eerste aurorit schiet hij nog per ongeluk aan de verkeerde kant langs een stomverbaasde bestuurder. We lachen allemaal, maar stiekem zijn dat soort momenten natuurlijk superspannend. Het gaat het grootste deel van de tijd goed. ‘Korte bocht naar links, lange bocht naar rechts.’ zo gaat het de eerste dagen en zelfs het verwisselen van rijbaan gaat steeds gemakkelijker, terwijl je toch een heel andere kant op moet kijken om te zien of er een auto naast je rijdt, of een fietser. Jonathan lijkt er na een paar dagen Great Ocean Road aan gewend geraakt. Toch draait hij in een onbewaakt ogenblik met een korte bocht naar rechts en blijft daar rijden. ‘Naar links, naar links’ roep ik, ‘je moet aan de linkerkant rijden’. Ietwat verdwaast kijkt hij me aan als hij sloom naar de overkant van de weg begint te sturen. ‘Was je het vergeten?’ vraag ik verbaasd. Hij wil het eigenlijk niet toegeven, maar met een onzichtbare knik en een grijns hoor ik een zacht ‘ja’.

Een ander Brits ding

In Port Campbell doen we een aantal kaarten op de brievenbus. We hebben ze die ochtend in ons motel geschreven en halen nu bij de lokale supermarkt, die tegelijkertijd souvenirshop, bakker en postkantoor is, de postzegels. Ik vraag om drie postzegels voor The Netherlands en krijg roze Queen Elizabeth stamps van de vriendelijke man achter de balie. Ik vraag aan Ruth of ze aan de Britse koningin wil likken en geef één postzegel aan Ruth. Alsof de man achter de balie mijn Nederlandse vraag kon verstaan zegt hij: ‘Not many people can say that they licked the back of the queen…’ en we lachen allemaal, helemaal als Jonathan er aan toevoegt: ‘Well, probably all the people in Britain did.’.

 

6 Responses

  1. Magdaleen van Leeuwen says:

    Zo wordt het afscheid van Itamar mede gecompleteerd door dit mooi beschreven bezoek aan zijn laatste woonplaats en huis en vrienden en kennissen in Melbourne.

  2. chantal van IJken says:

    Wat bijzonder om dit te lezen! mooi geschreven en zo te lezen ook veel lol gehad bij deze bijzondere trip. kan me voorstellen dat het hele waardevolle herineringen zijn die jullie samen kunnen delen!

  3. Fief de mol says:

    Wat een prachtig verhaal tot nu toe,
    Ondanks alle emoties die jullie daar hadden, een beeld van wat het leven van Itamar daar was.
    Een verhaal waarmee jullie allemaal verder kunnen,
    Lieve groet fief.

  4. Helma Haggenburg says:

    Humor en verdriet mogen hand en hand gaan, dat blijkt vaak bij moeilijke zaken als afscheid nemen van dierbare mensen.
    En wat geef jij dat en nog veel meer mooi gestalte in jouw woorden. Goed om te mogen lezen, Marieke. Ithamar leeft op deze manier nog zo duidelijk voort, al is het niet “in person”, wat we iedereen het liefst zouden gunnen. Ik voel me geraakt en geroerd. Lisette , die bij jou in de klas zat en ook verschillende keren in Melbourne was,zelfs vorig jaar nog, Rick die bij Ruth in de klas zat, de wereld is klein. Daarom is delen zo goed. Dank daarvoor. En sterkte voor allemaal, door ithamars spullen gaan lijkt me niet makkelijk. Mooi, dat jullie van de mensen daar veel erkenning krijgen, en de Memorial mee konden maken.

  5. Jan en Gea says:

    We hebben thuis je reisverslag gelezen Marieke.
    Blijven steeds onder de indruk hiervan, mooi dat jullie dit met z”n vieren hebben gedaan.
    Liefs en veel sterkte.

  6. Ria en Koos says:

    Fijn om over jullie ervaringen te lezen in Australië; ontroerend en indrukwekkend! We hopen dat jullie -mede door dit bezoek-veel bijzondere herinneringen kunnen toevoegen wanneer jullie terugdenken aan het leven van Itamar.
    Lieve groetjes, Ria, Koos, Anne en Daan

Leave a Reply

*