Lelystad

Lelystad

Nadat mijn opa en oma van moeders kant de pensioengerechtigde leeftijd hadden bereikt, besloten ze een huis in Lelystad Haven te kopen, daarmee de hoofdstad achter zich latend. In Lelystad Haven stonden de sociale huurwoningen anno 1995 namelijk voor iets meer dan een ton in guldens te koop, royale eengezinswoningen in een rustige woonwijk: afgelegen, maar rustig, goedkoop en in goede staat. Ik herinner me de dag nog goed dat we voor het eerst in ‘de Haven’ kwamen: nevelig, en de mobiele telefoons hadden er nog nauwelijks bereik. Die vielen telkens weg.

Van Casteren's LelystadNiet zo heel lang geleden las ik Joris van Casteren’s boek Lelystad (2008) voor het eerst. De stad komt in het boek naar voren zoals iedereen Lelystad kent: hopeloos ongeschoren. Wie voor een dubbeltje geboren wordt, wordt nooit een kwartje, volgens dat principe. Een herkenbaar geschetst beeld voor iedereen die er wel eens of regelmatig komt. Toch is het ook een indringend portret van hoe het rotsvaste geloof van de mens in de moderne tijd en de maakbaarheid van de samenleving, allesverblindend is. En daardoor is het ook een indringende waarschuwing, want idealen: daar laten we ons nog steeds door verblinden. Het optimisme dat van de VINEX-wijken afstraalt is niet te missen, en ook de meer op Belvedere-beleid en historie geënte nieuwe ruimtelijke ordening zal zo over pak ‘m beet vijftig jaar heus zijn gebreken kennen.

Het is vermoed ik vooral vanwege het waarschuwende karakter dat Lelystad een zegetocht binnen de vakwereld van de ruimtelijke ordening lijkt te ondergaan: we lachen smiespelend om de rake typeringen en hopen nooit meer zo’n ten dode opgeschreven stad te maken. Maar we weten ook allemaal dat die beruchte (bloemkool)wijken uit de jaren zeventig en tachtig onze volgende stadsvernieuwingsopgave zullen gaan worden, en dus moeten we wel degelijk een studie van dit onderwerp maken. Hoe gaan we die opgave namelijk aanpakken? Daar zijn we nog niet uit. Het Stimuleringsfonds voor Architectuur schreef eind 2010 daarom in samenwerking met een viertal woningcorporaties een ontwerpwedstrijd uit voor jonge vaklui in de wereld van de ruimtelijke ordening. Vraag: hoe geven we nieuw elan aan woonwijken uit de jaren zeventig en tachtig? Tijdens de startbijeenkomst van de wedstrijd werd – hoe kon het ook anders – breed geciteerd uit Van Casteren. ‘Zo moet het niet, jongens en meiden’, dat was de duidelijke boodschap. Enkele maanden later, tijdens de presentatie van het boek Geschiedenis en ontwerp. Handboek voor de omgang met het culturele erfgoed. haalde Janny Rodermond eveneens Van Casteren aan. Indringende passages toonden haar rechtvaardiging van nieuwer, meer op historie gebaseerde stedebouw, aan.

In Nieuwegein – ook zo’n groeigemeente uit de zeventiger jaren – zijn ze er nog niet helemaal klaar voor, de lyrische lofzang op Van Casteren’s Lelystad. De gemeente, die met de wijk Batau-Noord in de ontwerpwedstrijd van het Stimuleringsfonds vertegenwoordigd is, staat aan de vooravond van grootschalige stadsvernieuwing. Stel je eens voor: een gemeente met 60.000 inwoners bijna volgebouwd met alleen woonwijken uit de jaren zeventig en tachtig die over tien à twintig jaar echt aan revisie toe zijn. En zijn het niet de huizen, dan is het wel de openbare ruimte, of het stadshart. Dat is een flinke klus. Maar de column die Van Casteren voor de krant schreef die de transformatie van de Nieuwegeinse binnenstad (‘City Plaza’) in beeld brengt, werd door de gemeente niet geplaatst. ‘Echt te negatief’ omschrijft lokale krant Ons Nieuwegein het commentaar. De vrije pers gooit nog wat olie op het vuur, en plaatst de column alsnog prominent. ‘Gadverdamme, gezelligheid!’ staat er groots boven. De kritiek die Van Casteren levert op de ontwikkelingen in de binnenstad – er wordt niet bepaald rekening gehouden met de menselijke maat en pluriformiteit van de inwoners in de gemeente – is ongezouten en terecht. Maar de gemeente wil er niks van weten, en is erg optimistisch over de grootse plannen voor de binnenstad – als je die zo kunt noemen – van Nieuwegein. Als je maar blijft bouwen, dan komen de mensen vanzelf. Van Casteren’s waarschuwing voor de reddeloze stad is nog niet overal doorgedrongen. Een harde les, zowel voor de ‘wetenden’ als de ‘onwetenden’.

Maar ook in Lelystad is het optimisme nog niet verdwenen. Met een nieuw stadscentrum, een nieuwe intercityspoorlijn naar Zwolle en een nieuwe woonwijk grenzend aan outletshoppingcenter BataviaStad probeert de gemeente Lelystad uit alle macht te laten zien dat het allemaal anders is, anno 2011. De semi-grachtenpanden aan de Bataviahaven staan te glunderen van trots. Nieuwe bedrijfjes tonen schuchter interesse om te kijken of er wat te verdienen valt. En de eerste trespaplaten zijn alweer aan vervanging toe.

Leave a Reply

*