Micro-avontuur

Micro avontuur

Micro-avontuur

We zijn geneigd om de uren van negen tot vijf te zien als de meest productieve uren op een dag. Van negen tot vijf zijn de ‘nuttige’ uren: je werkt, je runt je huishouden, managet je kids of gaat een dag op pad.  Daarnaast heb je na vijven tot in de ochtend de ‘resturen’, die je doorrommelt met sport, boodschappen of een leuke afspraak.

Maar, schrijft Alastair Humphreys in zijn boek Micro Adventures, wat als je de dagen eens zou bekijken van vijf tot negen uur? In de uren van vijf tot negen, dus na je werk, kun je heel wat ‘micro-avontuur’ beleven en dat begint vaak al in je achtertuin, het park, of het bos vlakbij. Hij zegt: slaap een keer buiten, ga een avond vissen, maak een prachtige wandeling en je hebt het gevoel dagen weg te zijn geweest. Niks geen vliegvakanties, wekenlange roadtrips of costa brava’s: het avontuur ligt vlakbij al om de hoek, en wie er oog voor heeft kan er dag in dag uit van genieten, óók tussen de bedrijven door.

In het kader van deze Micro-Adventure gedachte bedacht ik me op een woensdagavond dat we op zaterdag wel een nachtje konden kamperen op een natuurkampeerterrein, om zondagochtend aansluitend een wadlooptocht te maken. Kort maar krachtig. In de geest van die gedachte heb ik vervolgens de kampeerspullen bij elkaar gezocht, een camping gereserveerd en de wadlooptocht geboekt: niks zou ons mini-avontuur in de weg staan.

Ware het niet dat we op de zaterdag in kwestie – zo werd in de daaropvolgende dagen duidelijk – de zwaarste zomerstorm in jaren zouden gaan beleven. Met die risicofactor hadden we geen rekening gehouden. Desondanks we hielden ons idiote plan vol. We wilden een micro avontuur!

Op de zaterdag in kwestie pakten we evengoed stoïcijns de kampeerspullen in. We zijn op ons dooie gemak richting het noorden gaan rijden. En we hebben onderweg een kopje thee gedronken bij opa en oma. En dat alles om maar zo laat mogelijk op onze eindbestemming aan te komen. Ondertussen raasden er op de snelweg heel erg veel wind, regen en blaadjes om ons heen, aanhangers lagen onderste boven, takken moesten op de snelweg worden ontweken. Nog meer getreuzel door vlak voor de eindbestemming heerlijk in een restaurantje ons diner te nuttigen, beschermd tegen de nog steeds stormachtige wind en regen. ‘Regent het nog schat?’ ‘Mwa, lijkt droog.’ ‘En de wind?’ ‘Ja, waaien doet het nog wel flink.’ ‘Ow, dan wachten we nog even.’ ‘Toetje?’.

Uiteindelijk reden we tegen negenen de camping op. We waren zelfs niet de enige bikkelkampeerders. Het was droog, de wind op de camping nog nauwelijks voelbaar. Met grote opluchting en een euforisch gevoel zetten we onze tent op, rolden onze gloednieuwe superdikke slaapmatten uit, positioneerden een tafeltje voor de ingang van onze stormvaste tent en zetten op de gasbrander onze eerste kop thee. Ultiem campinggeluk! En dat na zo’n stormdag die alles letterlijk in het water dreigde te laten vallen.

’s Nachts kregen we een daverend heldere sterrenhemel cadeau, en aansluitend een ochtend vol zonnige stralen: wij waren het er erg over eens dat we blij waren dat we dit idiote plan hadden doorgezet. We liepen zondags een prachtige wadlooptocht, met als kers op de slagroomtaart dat we vlakbij een zeehond zagen zwemmen. Met verbrandde hoofden reden we ’s middags terug naar ons huisje. Op de Afsluitdijk trok langzaam de lucht voor ons weer dicht en vielen de eerste dikke druppels regen op de autoramen. We love micro-avontuur, dachten we op dat moment voor de honderdste keer!

Comments are closed.