Over hoe Lak Lake onze redding werd

Op weg naar Hoi An

mooi-plaatje

Als echte mazzelaars is het ons weer even gelukt: te ontsnappen aan de toeristenstenmassa’s. We hebben open bustourtickets gekocht van Hué naar Saigon, wat zoveel betekent dat een bepaalde busmaatschappij jou op de dag van je keuze naar de volgende plek op de route brengt, erg makkelijk dus. Maar we werden er de afgelopen dagen bijna sjacherijnig van: een tour hier, een tour daar, drukte, mensen die je uit de bus hun hotel inkletsen en weinig pittoreske plekken (= want in de stad), om moe van te worden. Iedereen wil met de beste bedoelingen iets aan je slijten, maar uiteindelijk wordt je toch vooral gelukkig van zelf een slaapplaats vinden en zelf de wereld ontdekken, ook al is dat niet altijd de goedkoopste of makkelijkste weg, maar dat snappen die Vietnamezen dus niet zo. Die willen je natuurlijk vooral graag ‘helpen’.

Een dag geleden kwamen we in Dalat aan, een bergstad in het midden van Vietnam. Hoewel dat heel erg ‘wintersport’ klinkt, is Dalat vooral heel erg niet pittoresk. Drukke straten, veel schreeuwerige hotels, weinig sites om te bezoeken en een verlepte markthal, that’s it. Wij werden er niet vrolijker van. Gelukkig hebben we vandaag in Dalat twee brommers weten te huren voor een tocht naar Lak Lake, ca. 160 km rijden vanuit Dalat en waar ik dit stukje typ, en morgen rijden we dan weer terug. Off the beaten track! We kregen de brommers maar met moeite mee, omdat Dalat vooral bekend staat om zijn Easy Riders Club, die prachtige meerdaagse tochten op de motor door de Central Highlands aanbiedt. Tochten waarbij alles geregeld is en je een gids meekrijgt. Heerlijk als je nog niet eerder hebt gereden, maar inmiddels kennen we het klappen van de zweep en weten we zo ongeveer wel wat aan te treffen onderweg, daar hebben we geen gids voor nodig. op-weg-naar-lakLiever staken we die 65 dollar per persoon per dag daarom in eigen zak. Maar door die Easy Riders verhuurt niemand in Dalat zijn brommers voor langer dan een dag zonder gids. Na flink rondzoeken én meer betalen is het ons toch gelukt, en misschien juist wel daarom hebben we vandaag intens gelukkig rondgereden. De Central Highlands zijn prachtig – je moet Dalat dus echt uit om de pracht van de omgeving te zien – en het was genieten van onze herwonnen vrijheid. Want we hebben helemaal zelf de weg gevonden, mooie wegen gereden, opgebroken stukken weg getrotseerd, prachtige bergpassen beklommen, genoten van het heuvelachtige landschap met verre vergezichten en de weeige geur van in de zon drogende koffiebonen onderweg geroken. Als slagroom op de taart, slapen we vannacht in een klein huisje in Lak Resort, een wat verschoten bungalowpark aan de oevers van een groot meer, omringd door bergen, en we zijn vermoedelijk bijna de enige gasten. Daar worden wij nou blij van.

tuc-ducs-mausoleumVoordat we in Dalat aankwamen, hebben we Hué en Hoi An bezocht, respectievelijk hoofdstad van de Nyguen keizers en historische havenstad vol met goedkope kleermakers. Na een maarliefst elf uur durende treinreis (vlak voor het instappen zag ik nog fijn een kakkerlak achter onze stoelen wegduiken) door nachtelijk Vietnam, rijstvelden en groene heuvels, kwamen we in een regenachtig Hué aan. Hué is de stad waar het van heel Vietnam het meeste regent. Dat wisten we, maar een beetje treurig was het natuurlijk wel. En dat beeld werd versterkt door een niet al te aantrekkelijke stad, waaraan de oude citadel met de ommuurde keizerlijke stad van de Nyguen keizers – naar het voorbeeld van de verboden stad in Beijing – nog maar weinig glans afgeeft. De oude keizerlijke stad is namelijk voor een groot deel weggebombardeerd tijdens de American War, zoals ze die hier noemen, en wat aan gebouwen nog resteert of is gerestaureerd staat er door weer en wind treurig bij. Letterlijk vergane glorie. De omgeving van Hué heeft dan meer magie; in de groene heuvels achter de stad ligt het meerendeel van de keizers begraven. In imposante mausolea, die bij leven dienden als zwoele en schaduwrijke zomerpaleizen, liggen de heren met hun familie zelfs jaren na de dood nog te pronken. Hier hebben de bommen geen schade toegebracht, en ineens komt dan de glans van het oude Azie weer een beetje tevoorschijn… Op de fiets hebben we mooi de omgeving verkend, ondanks de regen. Na Hué volgde  een busreis naar Hoi An. We hadden het geluk te arriveren op kaarsjesavond: alle straatverlichting uit, lantaarns en kaarsjes aan, romantische lampjes op de rivier en smalle straatjes vol koopmanshuizen, kleine cafeetjes en leuke boutiekjes. Mooie houten scheepjes. Wat een hoi-anhistorische sensatie na het beton van de drukke stad Hué! Hier besloten we even te blijven, om wat kleding te laten maken en wat op adem te komen, al dwalend door de gezellige straatjes. Trotse eigenaar ben ik nu van een mooi pak, en Jonathan deed het door een mini-griep nog iets rustiger aan dan gepland. We vierden Sint in Hoi An (omgedoopt tot Hoi Anterklaas) en bezochten My Son, de ooit glorieuze hoofdstad van het hindoeistische Champa-rijk, dat nu grotendeels in puin ligt door eveneens Amerikaanse bommen. In Hoi An was het genieten vergeleken met Hué.  Badplaats Nha Trang besloten we over te slaan: zonder zon heb je toch niet zoveel aan een strandplaats. Op naar Dalat, om in de bergen nog wat verder op adem te kunnen komen, dachten we, maar bijna ging het mis…

In het kader van dingen die je altijd al wilde weten, behandel ik hieronder in een bonusfragment voor de liefhebber even de vraag: wat merken wij hier in Vietnam nou van ‘het communisme’? Nou, om eerlijk te zijn, als toerist merk je daar helemaal niet zoveel van. Vietnam is zichzelf als land heel hard aan het ontwikkelen en daarbij heeft men de toerist op een economisch voetstuk geplaatst: iedereen lijkt hier wel geinstrueerd om ons het zo goed mogelijk naar de zin te maken. Een prachtig rookgordijn. Als je daar een klein beetje doorheen probeert te prikken, dan zijn er aan de oppervlakte een paar opvallende dingen, zoals bijvoorbeeld het fenomeen propagandaluidsprekers. Als je wat meer in de dorpen op het platteland bent en in de minder toeristische steden (Jonathan heeft in het noorden heel wat speakers naar een andere wereld verwenst), dan hoor je meestal ’s morgensvroeg tussen 5 en 7 uur en ’s avonds tussen 5 en 6 een mix van vietnameze muziek, ochtendgynnastiek en voornamelijk informatie uit speakers gallen die iedereen in de stad kan horen. In de dorpen is het meer een aaneenschakeling van mededelingen, in de stad is het als een radioprogramma, en hoewel voor ons natuurlijk onverstaanbaar, kun je bij het horen van de woordenstroom niet anders denken dan: ‘Ja beste mensen, we hebben vandaag allemaal weer superhard gewerkt, helemaal in de geest van onze allerbeste Uncle Ho – God hebbe zijn ziel –  en we liggen goed op het schema van ons vijfjarenplan, helemaal dankzij het bloed, zweet en de tranen die jullie bij elkaar hebben gewerkt vandaag. Echt helemaal toppie! Graag even aandacht voor Lam, Ly en Long die vandaag voor het eerst de buffels hebben gehoed en zo ook een mooie bijdrage hebben geleverd aan deze prachtige mensenmaatschappij. Zelfs opa en oma Tan hebben nog geholpen sssslangvandaag door de kippen te voeren, ge-wel-dig!. Afijn, na gedane arbeid is het goed rusten, dus nu is het tijd voor een potje ontspanning. Ga een stevige wandeling maken mensen, of doe anders even mee met deze oefening, goed voor lichaam en geest. En ja hoor: buig en strek, buig en strek..’ enzovoort enzovoort.  Naast de propagandaspeakers is er uiteraard de facebook of social media-ban, die gelukkig gemakkelijk te omzeilen is door de instellingen van je computer wat aan te passen. Daarnaast heeft werkelijk waar elk gehucht (en 80% van de mensen woont op het platteland in zo’n dorp) een cremekleurige betonkolos als school, met een mooie rode banner met slogan – an sich goed dat er overal scholen zijn, en een partijgebouw dat zo mogelijk nog wat groter en megalomaner is. Bij overheidsgebouwen staan mannetjes in legergroen uniform en rode pet, die je wegwuiven, maar verder niet indrukwekkend boos worden of streng zijn. Na werktijd zie je veel mensen gezamenlijk sporten, in de parken: badmintonnend, dansend, aerobicend, of al wandelend in trainingspak op straat. Iets wat duidelijk wordt gepropagandeerd (ook niet slecht overigens). En tot slot, maar dat is misschien meer een gevoel, lijkt het er ernstig op dat het keizerlijke erfgoed een beduidend minder belang heeft in het onderhoudsbudget, dan al het oorlogs en onafhankelijkheidserfgoed in Vietnam. En dat vind ik zelf vooral bedroevend, want daarmee gaat heel wat van het voor ons ‘échte Azie’, langzamerhand verloren.  Tot zover Marieke uit de regio!

8 Responses

  1. Nadja says:

    Huh, wat ging er nu bijna mis op weg naar Dalat? Heb ik nu iets gemist? Vertel vertel! Heb vanochtend al het nieuws al met je besproken, dus verder is hier niet zoveel te melden. Ik ga langzamerhand eens bedenken wat een mens mee moet nemen voor een Vietnam in 5 dagen reis… Dikke zoen vanuit IJsselstein en hopelijk tot volgende week! X

  2. Tabitha says:

    Hi, leuk om weer wat te lezen. En ook erg leuk om jullie op de foto te zien :) Je haar is lang aan het worden. Blijf genieten van deze vakantie. Tabitha

  3. Ivo says:

    Hey wereldreizigers, erg vermakelijke verhalen!!! blijf vooral genieten van deze indrukken.

    Greetz, Ivo. ;)

  4. jan en gea says:

    Net vast gemaakt voor een sluis en jullie verhaal nog even gelezen.
    Leuk om zo te volgen, en tja …..daar is ie weer de kakkerlak!
    En jullie hebben dus ook een soort vreeswijk bij kaarslicht gehad.
    Veel plezier verder en een groet van Jan en Gea.

  5. Lisette says:

    Hey M&J,
    Mooi verhaal weer Marieke, echt leuk geschreven, zie het allemaal zo voor me…!
    Have fun, dat jullie maar fijn met z’n 2tjes zelf de wereld mogen ontdekken!
    Liefs,
    Lisette

  6. Rachel says:

    Hoi Marieke,
    Leuk om jullie weer even te zien en te horen. Stiekem hoop ik natuurlijk op nog meer mooie verhalen.
    Maar tja zoals je al zei, eigenlijk hebben jullie vakantie.
    Veel plezier en groetjes
    Jan en Rachel

  7. Marike says:

    Hi Marieke en Jonathan,

    Weer een mooi verhaal. Aankomen in Hoi An bij kaarslicht moet een sprookje geweest zijn. Couscous kreeg vandaag trouwens zo’n leuke kerstkaart van jullie! Ze heeft hem zelf opengemaakt met haar nagels. Gelukkig mochten wij hem ook lezen…

    Groetjes van Klaas, Marike, Maarten en Charlotte

    PS Leuke foto!

Leave a Reply

*