Stadse rafelranden

Gekraakt herenhuis

In mijn naïviteit én egocentrisme als (ex-)Noorderling, dacht ik altijd dat Noord de enige plek in Amsterdam was met stadse rafelranden. Van die gebieden waar alles door elkaar heen rommelt: industriegebiedjes, woon-/werkpanden, speellandjes, historische lintbebouwing, winkels, flatgebouwen, woonwijken, groengebiedjes – zelfs gemeentegrenzen (Zaanstad/Amsterdam), en waar de planologie van de stad geen vat op lijkt te hebben. Waar het één gemoedelijk naast het ander kan bestaan, en de gevoelsmatige sfeer van de buitenruimte met elke vijf stappen kan veranderen. Maar nu ik in Osdorp de Aker ben neergestreken weet ik wel beter. Een besef is tot me gekomen en nu ik het inzie lijkt het wel alsof ik het licht aan het einde van de tunnel heb mogen aanschouwen. Dat wat daar in Noord aan de gang is, is de overgang van de stad naar het platteland. Het is daar waar de greep van de grote stad minder sterk wordt. En in dat schemergebied gebeurt vanalles, maar niet alléén in Amsterdam Noord. Stap ik in de Aker op de fiets, dan sta ik in de richting van Badhoevedorp tussen industrieterrein en snelweg. Ga ik richting Lijnden, dan fiets ik tussen ringvaart en open land. Fiets ik naar de stad dan omring ik mezelf met oudere en nieuwere stadsuitleg. Ga ik richting Amsterdamse bos, dan fiets ik over de oude linten van het dorp Sloten en door groen bij de Nieuwe Meer. Begraafplaatsen, woonwinkels, dierenasiel, winkelcentra, manege’s, garage’s, speeltuinen, tuincentra, water en groen, wonen en werken bestaat hier in net zo’n kakafonie naast elkaar, zij het dat de schaal groter is, en de invloed van de mens nog wat nadrukkelijker aanwezig. Maar het rommelen kan ook hier. Ik vind het een geruststellende gedachte, dat de greep van de stad op het omringende land niet overal even sterk kan zijn. En dat in die marge nog volop ruimte is voor eigenzinnigheid.

gekraakt-herenhuis

 

Leave a Reply

*